De weegschaal: wat zegt die wel en niet over je gezondheid?

Het hele jaar door worden we wel geconfronteerd met berichten over onze fitheid en gezondheid. In het bijzonder vlak voor/na de zomervakantie en rond het nieuwe jaar gaan we hier extra aandacht aan besteden. Fitheid en gezondheid worden vaak geassocieerd met ons lichaamsgewicht. Men denkt gelijk fitter te zijn als de weegschaal 5 – 10kg minder aangeeft. Hoewel er over het algemeen gesproken wel een kern van waarheid in zit, zegt de weegschaal op zichzelf vrij weinig. Wat het wél en niet zegt over jouw lichaam, lees je in deze blog!

Waarom je weegschaal niet alles zegt

Stel: je zet een bodybuilder en een niet sportende kantoortijger naast elkaar.
Beide zijn ze 175 cm lang zijn en wegen ze 85 kilo. Je zal een enorm verschil zien qua uiterlijk.
Het totale lichaamsgewicht is hetzelfde, maar de ratio vetmassa en spiermassa verschilt enorm.

Als iemand gewicht wil verliezen, betekent dit vaak dat men af wil van de overtollige vetlaag op buik, benen en/of billen. Hierdoor zijn ook de spieren beter zichtbaar. Deze hulpvraag wordt NIET beantwoord met gewicht verliezen, maar met specifiek vetmassa verliezen.

Wil je 5kg afvallen (op de weegschaal), prima! Maar dat gewicht an sich kan van alles zijn, namelijk spiermassa, vocht en/of vetmassa. Ga je afvallen zonder aan krachttraining te doen, dan is de kans groot dat je er qua verhouding exact hetzelfde uit ziet. Alleen met minder lichaamsgewicht.

De doelstelling van je buik(je) afkomen of meer spierdefinitie willen zien, zal niet of nauwelijks behaald zijn.

Je gewicht fluctueert misschien meer dan je denkt

Het gewicht is 1 datapunt dat je kunt gebruiken om je vooruitgang te meten. Welke er nog meer zijn, lees je in het volgende kopje. Zoals voor iedere soort data geldt, zijn er meerdere meetmethodieken nodig om een accurate weergave te geven van je vooruitgang.

Vandaar dat we je bij Verpoorten Vitality (meestal) aanraden om jezelf frequent te wegen op hetzelfde tijdstip en dezelfde plek. Het liefst in de ochtend, na het opstaan en nadat je naar de wc bent geweest. Dit geeft een accurate meting.

Er zit altijd enige fluctuatie in je lichaamsgewicht, daarom kan 1x per week wegen een vertekend beeld geven. Je kunt net die dag wat zwaarder zijn, omdat je de avond ervoor volumerijk gegeten hebt, slecht hebt geslapen, uit eten bent geweest (zout eten = vocht vasthouden) of de dag ervoor veel stress hebt gehad. Allemaal factoren die meespelen bij de uitkomst van je weging.

Wanneer je dan de opvolgende week een lage meting hebt, denk je dat je afvalt (of andersom natuurlijk, wanneer je wilt aankomen).

Om dit bovenstaande stukje tekst wat overzichtelijker te maken, heb ik hieronder een tabel gemaakt. De getallen die er staan zijn niet willekeurig. Dit zijn namelijk mijn eigen wegingen.

  • Dag
  • Maandag
  • Dinsdag
  • Woensdag
  • Donderdag
  • Vrijdag
  • Zaterdag
  • Zondag
  • Gemiddeld
  • Week 1
  • 64,2 
  • 64,2 
  • 63,9 
  • 64,1 
  • 64,9 
  • 64,2 
  • 63,9 
  • 64,2
  • Week 2
  • 64,3 
  • 63,7 
  • 64,2 
  • 63,5 
  • 63,7 
  • 64,3 
  • 63,8 
  • 63,9

Mijn huidige doel is om geleidelijk aan mijn lichaamsgewicht te verhogen.

Stel, ik had mijzelf op beide woensdagen gewogen dan zou je zeggen: doel behaald! Ik ben namelijk 0.3kg zwaarder dan week 16, maar als je kijkt naar het weekgemiddelde, ben ik juist 0.3kg afgevallen.

Omgekeerd voor iemand die juist wilt afvallen, zou je ook weer kunnen kijken naar de woensdag, maar dan draai je de weken om: yes, ik ben 0,3kg kwijt! Echter, gemiddeld genomen ben je juist 0.3kg aangekomen.

Hoe je wél de weegschaal kan gebruiken

Hoe moet je de weegschaal wél gebruiken? Weeg jezelf minimaal 4 dagen per week, liefst elke dag en pak hiervan het gemiddelde. Weeg jezelf op hetzelfde tijdstip tijdens dezelfde omstandigheden.

Andere vormen van progressie meten

Je gewicht en gezondheid hangen met elkaar samen, maar zoals ik al aangaf, is de weegschaal maar één van de vele opties om je progressie te meten. De één is niet per se beter dan de ander en het liefst gebruik je meerdere meetmethodieken om een zo betrouwbaar mogelijk beeld te creëren van je progressie.

Andere vormen om progressie te meten, zijn:

  • Huidplooi meten (met behulp van een caliper/knijper);
  • Visuele inschatting/progressiefoto’s maken;
  • Meetlint (omtrek meten van bijvoorbeeld je buik, heup en armen);
  • Bijhouden of je sterker wordt tijdens de training.

Zorg er bij zowel de progressiefoto’s als het omtrek meten voor, dat dit onder dezelfde omstandigheden gebeurt.
Denk hierbij aan:

  • Dezelfde locatie;
  • Dezelfde belichting (voor progressiefoto’s);
  • Hetzelfde tijdstip;
  • Dezelfde houding;
  • Hetzelfde voedingspatroon (gezien je door bepaalde voedingsproducten bijvoorbeeld wat meer vocht kan vasthouden, wat je fysiek erg kan beïnvloeden, waardoor de meting van je buikomtrek en je lichaamsgewicht hoger uit kunnen vallen).

Tot slot

De weegschaal kan een belangrijk meetinstrument zijn om je progressie te meten. Maar je gewicht zegt niet alles over je gezondheid. Laat de weegschaal geen graadmeter zijn voor jouw eigenwaarde. Hecht ook niet teveel (emotionele) waarde aan het getal op de weegschaal. Gebruik het als tool om data te verzamelen, samen met andere meetpunten, zoals progressie in de sportschool en voortgangsfoto’s.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *